Installatiehandleiding: CalAmp LMU 26XX en 26XX in Reveal

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.

Vaardigheidsniveau: Expert

Installateurs moeten gedegen kennis hebben van elektrische en startsystemen van voertuigen. Ook moeten ze relais, diodes en sensorinvoeren kunnen gebruiken.

CalAmp26XX.png

Geschatte installatietijd: 20-30 minuten

Dit artikel geeft weer hoe alle voertuigvolgsystemen uit de CalAmp 26XX en 27XX-serie geïnstalleerd moeten worden.

Het bevat:

Voorbereiding voor de installatie

Voordat u het apparaat installeert, moet u een paar dingen doen voor een soepel installatieproces.

Controleer de inhoud van de doos

U moet de volgende dingen ontvangen hebben:

  • CalAmp 26XX OF CalAmp 27XX
  • 3-draads uitrusting
  • I/O-uitrusting (optioneel)

Maak uw wagenpark klaar

We raden aan om het apparaat buiten in een gebied met goede netwerkdekking te installeren.

Verzamel uw voertuiginformatie
Voer voor elk voertuig de volgende informatie in om de installatie te voltooien:

  • Voertuignaam: geef uw voertuig een naam waarmee het op de Live kaart en in rapporten eenvoudig geïdentificeerd kan worden.
  • Kentekenplaat voertuig
  • Bouwjaar, merk en model van voertuig
  • Huidige kilometerstand

Pak uw gereedschap en benodigdheden
Afhankelijk van uw voertuigtype heeft u het volgende gereedschap nodig:

  • Verwijderingshulpmiddelen dashpaneel
  • Draadstripgereedschap
  • Digitale spanningsmeter
  • Draadloze boor
  • Schroevendraaierset voor algemeen gebruik
  • Moerdop (standaard/metriek)
  • Werklamp
  • Isolatietape - Super 33 of beter
  • Extra tiewraps
  • Extra parkerschroeven
  • Extra krimpringterminals, verbindingsconnectors en een mini zaklamp
  • Add-A-Circuit zekeringadapters

Het systeem installeren

1. Stel apparaatonderdelen vast

​​CalAmp_26XX_Identify_Parts.jpg

  • Rood = I/O-poort met 20 pennen
  • Oranje = led com
  • Groen = led gps

 

2. Kies een plek waar u het apparaat kunt bevestigen

CalAmp_26XX_Mounting_Positions.png

Het apparaat moet bevestigd worden:

  • met het etiket aan de bovenkant.
  • buiten het zicht van de bestuurder.
  • hoog in het dashboard voor het beste signaal.
  • met een rechtstreeks zicht naar buiten vanuit het voertuig
  • niet in een omgeving met veel metaal.

Bevestig het apparaat nooit in de motorruimte, rechtstreeks boven de AM/FM radio, in de buurt van bewegende onderdelen of op een plek die aan de elementen is blootgesteld.

3. Noteer de informatie over het apparaat en voertuig

CalAmp_26XX_ESN.png

Noteer het serienummer van het apparaat. Dit en de voertuigdetails heeft u nodig om de installatie te verifiëren.

U kunt het ESN label aan de onderkant van het apparaat vinden.

4. Sluit de draden van de kabelboom aan op het elektrische systeem van het voertuig

Sluit de kabelboom nog NIET aan op het voertuigvolgsysteem.

Tre_file.png

Er zijn 3 aansluitingen nodig voor het voertuigvolgsysteem: AARDING, ONTSTEKING en STROOM.

  1. Sluit de aardingskabel (zwart) aan op de behuizing of het frame van het voertuig, bijvoorbeeld het chassis.
  2. Gebruik een ringterminal om de aardingskabel aan het chassis af te sluiten met een parkerschroef of fabrieksbout.
  3. Sluit de ontstekingingangskabel (wit) aan op een ontstekingsbron die alleen stroom ontvangt als de ontsteking AAN is.
  4. Sluit de stroomingangskabel (rood) aan op een voedingsbron die voortdurend stroom afgeeft, zelfs als de ontsteking UIT is.
  5. Sluit rechtstreeks aan op de voedingsterminal van het voertuig of er zo dichtbij mogelijk. Dit aansluitingspunt moet met een zekering beschermd worden tot maximaal 5 amp.

Om een continue ontstekingsbron te bepalen:

  • Selecteer een draad.
  • Controleer of de motor UIT is en gebruik een spanningsmeter om de DC-spanning van de draad te meten. Deze moet 0 volt weergeven.
  • Draai de sleutel naar de positie Accessory. De voltage moet nog steeds 0 volt weergeven.
  • Draai de sleutel naar de positie Aan/Draaien. De voltmeter moet 12 volt weergeven.
  • Schakel de motor in en zorg dat de voltage niet onder 9 volt komt.
  • Controleer tijdens het draaien van het voertuig of de voltage op dezelfde draad minimaal 12 volt is.
  • Zet de motor van het voertuig UIT en controleer of de voltage op dezelfde draad 0 volt is.

Als de voltage niet wordt weergegeven zoals hier aangeduid, test u geen echte ontstekingsdraad.

Als het bij de installatie nodig is om de ontstekingsdraad van de uitrusting buiten de cabine te leiden en rechtstreeks op een alternator of magneet aan te sluiten, bescherm dan de draad en de verbinding met een krimpringterminal, diëlektrisch vet en kabelboom, evenals een weersbestendige zekeringshouder en zekering van 3-5 amp.

5. Sluit de kabelboom aan op het voertuigvolgsysteem

Cablaggio_I_O.png

Steek de 3-draads uitrusting in de I/O-poort.

6. Controleer of het volgsysteem in het voertuig op de juiste manier is aangesloten

Controleer de leds van het systeem.

Groene led (gps)

  • Uit = gps UIT
  • Knipperend = gps AAN, 1x knipperen per aangesloten satelliet

Oranje led (Com)

  • Uit = modem UIT
  • Knipperend = ontsteking UIT
  • Snel knipperend = ontsteking UIT, maar geen verbinding met een netwerk
  • Constant = ontsteking AAN, verbinding met netwerk

Bestuurders-ID installeren

Om de bestuurders-ID in te schakelen moet u extra hardware installeren.

Lees om dit te doen onze installatiehandleiding voor bestuurders-ID.

Het apparaat bevestigen

  1. Vanwege de interne versnellingsmeter moet het apparaat met tiewraps, VHB-tape of klittenband vastgemaakt worden. Plak geen tape over de ESN op het etiket (als het tape verwijderd wordt, trekt dit het etiket mee en wordt het onleesbaar).
  2. Zet het systeem stevig vast zodat het niet kan verplaatsen.
    Als het systeem niet stevig is bevestigd, wordt de nauwkeurigheid van voorvallen van onrustig rijgedrag beïnvloedt.
  3. Werk de kabel weg en zet deze vast met tiewraps.
  4. Controleer of alles goed vast zit en snijd de mogelijke overtollige lengte aan tiewraps af.

Werking verifiëren

Controleer of het systeem goed rapporteert door in Reveal te zoeken naar de voertuignaam of het serienummer van het voertuig.

Een installatie verifiëren in Reveal.

Neem contact op met de ondersteuning.

Installatiepartners

Installatiepartners van Verizon Connect moeten de app Reveal Hardware Installer (RHI) gebruiken om de installatie te verifiëren. Indien u problemen met de RHI-app ervaart, neem dan contact op met het ondersteuningsteam van Installer.

Disclaimer

Verizon Connect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door of via gebruik van onze services, waaronder de gps-volghardware en dashcams, op een manier die strijdig is met deze instructies of volgens de wet en/of onze overeenkomst niet toegestaan is. Volghardware die aangesloten is op de diagnostische poort van elk voertuig waarin externe apparaten ook zijn aangesloten op de diagnostische poort, kan interferentie of functionaliteitsverlies van het externe apparaat tot gevolg hebben. Deze externe apparaten zijn onder andere rolstoelliften, levensreddende apparatuur, noodverlichting en laserguns. Neem bij een dergelijk conflict contact op met Verizon Connect Support om de volghardware te laten configureren zodat deze het externe apparaat ondersteunt. Als dit niet gedaan wordt, is Verizon Connect niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit of gekoppeld is aan uw gebruik van de apparaten. Geïnstalleerde apparaten mogen alleen worden verwijderd en verplaatst naar een ander voertuig indien het tweede voertuig getest is voor compatibiliteit, volgens deze instructies. Indien overplaatsingen tussen voertuigen niet volgens deze instructies verlopen, komen alle garanties van Verizon Connect te vervallen en wordt Verizon Connect van alle aansprakelijkheid ontheven voor schade door of via het gebruik van de apparaten.


Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0