Installatiehandleiding: CalAmp TTU 28XX in Wagenpark

This is a printed page that might be out of date. To read the most up-to-date help content, visit https://device-help.verizonconnect.com.

Vaardigheidsniveau: Expert

Installateurs moeten gedegen kennis hebben van elektrische en startsystemen van voertuigen. Ook moeten ze relais, diodes en sensorinvoeren kunnen gebruiken.

CalAmp_28XX.png

Geschatte installatietijd: 15-30 minuten

Dit artikel geeft weer hoe alle aangedreven bedrijfsmiddelen uit de CalAmp 28XX-serie geïnstalleerd moeten worden.

Het bevat:

Voorbereiding voor de installatie

Voordat u het apparaat installeert, moet u een paar dingen doen voor een soepel installatieproces.

Controleer de inhoud van de doos

U moet de volgende dingen ontvangen hebben:

  • CalAmp 28XX

Maak uw wagenpark klaar

We raden aan om het apparaat buiten in een gebied met goede netwerkdekking te installeren.

Pak uw gereedschap en benodigdheden

Afhankelijk van uw voertuigtype heeft u het volgende gereedschap nodig:

  • Verwijderingshulpmiddelen dashpaneel
  • Draadstripgereedschap
  • Digitale spanningsmeter
  • Draadloze boor
  • Schroevendraaierset voor algemeen gebruik
  • Moerdop (standaard/metriek)
  • Werklamp
  • Isolatietape - Super 33 of beter
  • Extra tiewraps
  • Extra parkerschroeven
  • Extra krimpringterminals, verbindingsconnectors en een mini zaklamp
  • Zekeringadapters met netwerk

Het systeem installeren

1. Stel apparaatonderdelen vast

CalAmp_28XX_Wire.png

Het apparaat heeft een multi-conductorkabel met blootgestelde draadeinden.

CalAmp_28xx_LEDs.png

Het voertuigvolgsysteem is uitgerust met twee status-ledlampjes, één voor de gps en één voor com (draadloos netwerk):

  • C: Gps led (groen)
  • D: Com led (oranje)

2. Kies een plek waar u het apparaat kunt bevestigen

Het apparaat moet bevestigd worden:

  • in een gebied zonder bewegende onderdelen.
  • met een vrij zicht op de lucht.
  • Zorg dat gaten voor de kabels goed geïsoleerd zijn.
  • We raden aan om een druppel silicone aan de onderkant van het apparaat aan te brengen wanneer deze blootgesteld wordt aan de elementen.
  • Plaats het niet vlak onder iets van metaal.

3. Noteer het serienummer van het apparaat

Noteer het serienummer van het apparaat. Dit en de voertuigdetails heeft u nodig om de installatie te verifiëren.

U kunt het ESN label aan de onderkant van het apparaat vinden.

4. Sluit de draden van de kabelboom aan op het elektrische systeem van het bedrijfsmiddel

Sluit de kabelboom nog NIET aan op het voertuigvolgsysteem.

Om het volgsysteem in het bedrijfsmiddel in combinatie met een bedrijfsmiddel met een ontstekingsbron te gebruiken zijn er drie aansluitingen nodig: AARDING, ONTSTEKING en STROOM.

Als u het met een bedrijfsmiddel zonder ontstekingsbron wilt gebruiken, zijn er slechts twee nodig: STROOM en AARDING. In deze gevallen kunt u stap 3 overslaan.

1. Sluit de aardingskabel (zwart) aan op de behuizing of het frame van het bedrijfsmiddel, bijvoorbeeld het chassis.

2. Gebruik een ringterminal om de aardingskabel aan het chassis af te sluiten met een parkerschroef of fabrieksbout.

3. Sluit de ontstekingingangskabel (wit) aan op een ontstekingsbron die alleen stroom ontvangt als de ontsteking AAN is.

5. Sluit de stroomingangskabel (rood) aan op een voedingsbron die voortdurend stroom afgeeft, zelfs als de ontsteking UIT is.

6. Sluit rechtstreeks aan op de voedingsterminal van het bedrijfsmiddel of er zo dichtbij mogelijk. Dit aansluitingspunt moet met een zekering beschermd worden tot maximaal 5 amp.

Om een continue ontstekingsbron te bepalen:

  • Selecteer een draad.
  • Controleer of de motor UIT is en gebruik een spanningsmeter om de DC-spanning van de draad te meten. Deze moet 0 volt weergeven.
  • Draai de sleutel naar de positie Accessory. De voltage moet nog steeds 0 volt weergeven.
  • Draai de sleutel naar de positie Aan/Draaien. De voltmeter moet 12 volt weergeven.
  • Schakel de motor in en zorg dat de voltage niet onder 9 volt komt.
  • Controleer tijdens het draaien van het bedrijfsmiddel of de voltage op dezelfde draad minimaal 12 volt is.
  • Zet de motor van het bedrijfsmiddel UIT en controleer of de voltage op dezelfde draad 0 volt is.

Tip: als de voltage niet wordt weergegeven zoals hier aangeduid, test u geen echte ontstekingsdraad.

Als het bij de installatie nodig is om de ontstekingsdraad van de uitrusting buiten de cabine te leiden en rechtstreeks op een alternator of magneet aan te sluiten, bescherm dan de draad en de verbinding met een krimpringterminal, diëlektrisch vet en kabelboom, evenals een weersbestendige zekeringshouder en zekering van 3-5 amp.

5. Controleer of het volgsysteem in het bedrijfsmiddel op de juiste manier is aangesloten

Controleer de leds van het systeem.

Groene led (gps)

  • Uit = gps UIT
  • Knipperend = gps aangesloten

Oranje led (Com)

  • Uit = modem UIT
  • Langzaam knipperend = ontsteking UIT
  • Snel knipperend = ontsteking AAN, zoekt netwerk

Sensoren installeren

Temperatuursensor

Calamp_28XX_temperature_probe.png

  1. Het temperatuursensordraad (wit / blauw) moet met het blauwe draad van de sensor verbonden zijn.
  2. Het bruine draad van de sensor moet afgesloten worden aan een aarding die vergelijkbaar is met die van het systeem.
  3. Het ontstekingsdraad moet afgesloten worden aan een aan/uit-bron.

Digitale ingangen

CalAmp_28XX_Sensor_inputs.png

  • Sluit dit draad af aan de gewenste ingang. Dit kan PTO, GIEK, ACHTERDEUR, of een lamp zijn.
  • Ingangen moeten schakelen tussen (-) en (+) of tussen (-) en open polariteit.
  • Bij de installatie is er mogelijk een relais nodig.

Ingangsdraden:

Blauw draad = speciaal voor PTO

Oranje/blauw draad = speciaal voor giek

Werking verifiëren

Gebruik de Reveal Hardware Installer-app om de werking te verifiëren.

Download de Reveal Hardware Installer-app:

Minimale apparaatvereisten:

  • Apple: iOS 11 en hoger
  • Android: Nougat 7.0 en hoger

Contact met de klantenservice

U kunt contact opnemen met Verizon Connect Support via de volgende mogelijkheden:

Bellen:

Fleet Support: # 877.943.7306

Fleet Govt Support: # 800.906.9316 (alleen installatiepartners van Verizon Connect)

Networkfleet Support: # 866.227.7323

E-mail:

Fleet Support: support@verizonconnect.com

Fleet Govt Support: fleet.govt@verizonconnect.com (alleen installatiepartners van Verizon Connect)

Networkfleet Support: nwfsupport@verizonconnect.com

Disclaimer

Verizon Connect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door of via gebruik van onze services, waaronder de gps-volghardware en dashcams, op een manier die strijdig is met deze instructies of volgens de wet en/of onze overeenkomst niet toegestaan is. Volghardware die aangesloten is op de diagnostische poort van elk voertuig waarin externe apparaten ook zijn aangesloten op de diagnostische poort, kan interferentie of functionaliteitsverlies van het externe apparaat tot gevolg hebben. Deze externe apparaten zijn onder andere rolstoelliften, levensreddende apparatuur, noodverlichting en laserguns. Neem bij een dergelijk conflict contact op met Verizon Connect Support om de volghardware te laten configureren zodat deze het externe apparaat ondersteunt. Als dit niet gedaan wordt, is Verizon Connect niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit of gekoppeld is aan uw gebruik van de apparaten. Geïnstalleerde apparaten mogen alleen worden verwijderd en verplaatst naar een ander voertuig indien het tweede voertuig getest is voor compatibiliteit, volgens deze instructies. Indien overplaatsingen tussen voertuigen niet volgens deze instructies verlopen, komen alle garanties van Verizon Connect te vervallen en wordt Verizon Connect van alle aansprakelijkheid ontheven voor schade door of via het gebruik van de apparaten.


Was dit artikel nuttig?


Aantal gebruikers dat dit nuttig vond: 0 van 0